Sprekers vrijdag 6 oktober

Marcel van Herpen

(foto: Wim Roefs)

Marcel Herpen (foto: Wim Roefs)

Lezing: Verbondenheid als antwoord op uitval en buitensluiten

vrijdag 6 oktober, 10.00 – 11.30 uur

Leraren mogen er nooit alleen voor staan. Wanneer zij kinderen onvoldoende verstaan in hun behoeften, is steun van mensen die een goede relatie hebben met die kinderen (‘pedagogische oplaadpunten’) in een samenwerking (‘pedagogisch netwerk’) wenselijk. Alle opvoeders (leraren, pedagogisch medewerkers, trainers, ouders) willen dat kinderen zich welbevinden en betrokken zijn. Dat lukt niet altijd. Velen zoeken de oplossingen in protocollen en methodes. Gedragsregulatieprogramma’s zijn populair. Maar dat biedt vaak onvoldoende uitkomst.

Het grootste probleem voor (jonge) mensen is dat ze er soms niet ‘bij horen’. Onvoldoendes, pesten, bedreigingen, enzovoort, zorgen voor allerlei vormen van uitval en buitensluiten. Er is maar één manier om die ontkoppelingen het hoofd te bieden: Verbondenheid! Een goede relatie maakt goede prestaties mogelijk. Daarbij is zekerheid niet het uitgangspunt, maar onzekerheid. Maar een leraar die het perspectief van de kinderen inneemt, kan steeds zekerder worden en daardoor tactvoller gaan handelen.

Wezenlijke veranderingen komen niet van boven- of van buitenaf.
Als je op iemand anders wacht, wacht je op niemand.
En ja… dat vraagt moed.
Maar je moet weten: de kinderen zijn er al klaar voor!

Marcel van Herpen stond aan de wieg van de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte het expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs op en het expertisecentrum Duurzaam Opvoeden en Ontwikkelen. Samen met prof. Luc Stevens en anderen richtte hij het NIVOZ op, waar hij verantwoordelijk is voor de trajecten ‘pedagogische tact’ en ‘pedagogisch leiderschap’. Hij schreef de boeken: Ik, de leraar en Wij, de leraar. Eerder verschenen al van zijn hand: ErvaringsGericht Onderwijs, van oriëntatie tot implementatie en Duurzaam Opvoeden en Ontwikkelen.

Wouter Hart

Wouter Hart

Lezing: Verdraaide organisaties – terug naar de bedoeling

vrijdag 6 oktober, 11.45-12.30 uur

In het onderwijs gaat het erom jonge mensen voor te bereiden op hun plek in de samenleving van morgen. Een samenleving waarvan we nog niet goed weten hoe deze er precies uit zal zien en wat dat dan zal vragen van de leerlingen van nu. Daarbij is iedere leerling anders. Iedere leerling heeft een eigen aandacht, eigen interesse, een eigen voorkeursstijl in het leren en een eigen bestemming. En ergens in het verbinden van die jonge mensen van nu met de samenleving van morgen ligt de bedoeling van het onderwijs.

Daartegenover is het ook de bedoeling dat de leerlingen naar de eindtermen worden geleid, dat er van alles over leerlingen wordt vastgelegd. Dat er wordt gewerkt vanuit de toetsmomenten, de CITO-score, lesmethodieken en financieringssystematieken. Er zijn verwachtingen van ouders en tal van interne processen en regels die ook aandacht vragen. Allemaal bedacht om bij te dragen aan de ontwikkeling van de leerlingen, maar doet het dat ook?

Kijken we en werken we vanuit wat echt wezenlijk is? Of laten we ons leiden door tal van zaken die vast ook belangrijk zijn, maar ook af kunnen leiden van waar het uiteindelijk om gaat? In de lezing “Verdraaide organisaties” vertelt Wouter Hart over zijn zoektocht naar essenties van organiseren en beschrijft hij met tal van anekdotes, patronen en een denkmodel wat het werken vanuit de bedoeling vraagt van de leraar.

Wouter Hart (1977) is auteur van en spreker over het boek Verdraaide organisaties. Na zijn studie Culturele en Maatschappelijke Vorming verdiepte Wouter zich in thema’s als leiderschap en procesmanagement. In 2012 verscheen Verdraaide organisaties en sindsdien is Wouter een veelgevraagd spreker.

Lauk Woltring

(foto: Sjaak Ramakers)

Lauk Woltring (foto: Sjaak Ramakers)

Lezing: Boys & Girls, Body, Brains and Balance

vrijdag 6 oktober, 13.15 – 14.45 uur

“In de afgelopen 40 jaar is het aantal mannelijke onderwijzers afgenomen. Het onderwijs ‘vervrouwlijkte’, niet alleen qua personeel, maar ook qua inrichting van de lessen, de didactiek, de nadruk op taal, het te zeer risicomijdende gedrag van scholen en de vereiste langdurige concentratie. Er werd gekeken naar hoe we de meiden konden emanciperen. Zij kregen terecht meer aandacht, maar jongens werden steeds meer gezien als een storende factor. Kregen vaker op hun donder dan meisjes, omdat ze meer experimenterend leren. Jongens proberen uit, kijken waar het misgaat en daarvan leren ze. We verloren uit het oog hoe jongens leren.” (Lauk Woltring, Algemeen Dagblad 18 maart jl.)

Lauk Woltring gaat in zijn presentatie op het Lerarencongres in op de eigen ontwikkeling van jongens (in vergelijking met meisjes) vanuit aanleg en omgeving (neuropsychologisch én socialisatie) en met name de verschillende rijping en het andere rijpingstempo. Ook motivatie, aanspreekwijzen, taal- en taalgedrag komen aan bod.

Lauk Woltring is al sinds de jaren tachtig bezig met de manier waarop jongens leren en vraagt sindsdien aandacht voor een andere benadering van jongens in het onderwijs. In 1988 publiceerde hij het boek Jongens tussen Branie en Verlegenheid. Seksespecifiek werken met jongens. In 1995 volgde Dat maak ik zelf wel uit!? Werken met jongens: pedagogiek met feeling voor sekseverschillen.

Justine Pardoen

Justine Pardoen

Lezing: Digitale geletterd of mediawijs: wat moeten ze nou eigenlijk precies leren op school?

vrijdag 6 oktober, 15.00 – 15.45

Digitale geletterdheid (waaronder mediawijsheid) is een noodzakelijke voorwaarde voor actief meedoen: als leerling, straks als werknemer, als democratisch burger, maar ook als mens in je relatie met anderen. Het onderwijs pakt dat met de nieuwe curriculumontwikkeling nu op, maar er moeten nog heel veel keuzes gemaakt worden voor het zover is, dat leerlingen voldoende toegerust zijn als ze straks van school komen. En wat moeten ze dan precies leren om al die genoemde rollen goed te vervullen? Doen ze buiten schooltijd online al niet vanzelf allerlei kennis en vaardigheden op?

In mijn presentatie ga ik niet pleiten voor allerlei radicale veranderingen in het onderwijs, maar wil ik stilstaan bij vragen die aan belangrijke keuzes vooraf moeten gaan. Onder andere:

  • Wat ís de taak van het onderwijs precies als het gaat om digitale geletterdheid en mediawijsheid?
  • We zien dat in het algemeen de (functionele) geletterdheid afneemt: jongeren lezen minder, en minder goed. Wat betekent dat voor de ontwikkeling van hun digitale geletterdheid?
  • Gaan we ons bezighouden met de discussie of we leren programmeren opnemen in het curriculum, of gaan we aandacht besteden aan het feit dat een steeds groter verschil ontstaat binnen één generatie tussen hen die kansen krijgen en pakken en hen die Netflixend op de bank hun tijd verWhatsappen?
  • We weten dat de smartphone en alle toepassingen (apps) zijn gemaakt om onze aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Maar we weten ook hoe multitasken en snelle focuswisselingen leiden tot vermindering van prestaties. Hoe gaan we jongeren hierin begeleiden zodat ze hiervan zo min mogelijk schade ondervinden? Moeten die smartphones dan de klas uit, of juist niet en zijn we er dan?

Heeft u nu zelf een vraag die u hier mist en die u bezig houdt, of die we meer zouden moeten stellen? Mail me: justine.pardoen@bjm.nl.

Justine Pardoen leidt met Solange Jacobsen Bureau Jeugd & Media. Daarnaast is ze verantwoordelijk voor de inhoud van Mediaopvoeding.nl. Ze schreef enkele boeken over mediaopvoeding en het Handboek Mediawijsheid op School (2010) dat binnenkort een vervolg krijgt als het Handboek Digitale geletterdheid dat wordt voorbereid door Kennisnet.